Ons Zeeland 1929, nummer 12

Vorige nummer Volgende nummer Terug naar de foto's Zoeken in alle teksten

DE ZEEUWSCHE WEEK

De gasvoorziening van Zuid-Beveland; de moeilijkheden in de suiker-industrie en de "Zeeland", bezint eer ge begint; goed werk voor de jeugd in Zierikzee.

Naar aanleiding van eenige mededeelingen door den voorzitter van de jongste vergadering van den gemeenteraad van Goes en van de daaruit voortvloeiende discussies, hebben we in een der vorige nummers van "Ons Zeeland" eenige beschouwingen gewijd aan de gasvoorziening van Z.Beveland. In verband hiermede ontvingen we van den heer Jac. Welleman, burgemeester van Krabbendijke, het navolgende schrijven:

"Geachte Redactie, Binnen niet te langen tijd hoop ik U een artikel te mogen aanbieden over de gasvoorziening van Zuid-Beveland, aan de hand van officieele stukken. Momenteel ontbreekt me daarvoor den tijd, maar mag ik alvast één ding uit Uw overzicht in het vorig nummer rechtzetten, n.l. "dat de heer van Niftrik uit Dordt zich zou hebben opgeworpen als adviseur zonder dat men om zijn advies heeft gevraagd?" De heer Van Niftrik is op stipt regelmatiger wijze door de commissie van toezicht op de gasfabriek Oost-einde (Krabbendijke, Rilland-Bath, Waarde), als haar adviseur benoemd en is dat nog! Ik hoop, dat hiermede dit onkiesche praatje, dat op min of meer officieele wijze in de wereld is gekomen, den kop zal worden ingedrukt. Over andere onjuistheden later".

Tot zoover het schrijven van den heer Welleman. Ons antwoord kan kort zijn. Hetgeen wij over de kwestie schreven was gebaseerd op de mededeelingen aan de raadsleden te Goes, en onze gedachten vallen of staan in dit geval met die mededeelingen.

Intusschen zullen we gaarne den heer Welleman in deze kolommen over de kwestie aan het woord laten. Alle pennevruchten die de waarheid dienen en willen medewerken om Zeeuwsche moeilijkheden op te lossen, zijn ons, van ouds, zeer welkom.

x

Meermalen reeds hebben we hier gewezen op de moeilijkheden in de suiker-industrie en op de daaruit voortkomende moeilijkheden voor den Zeeuwschen landbouw, voor zoover deze bij de teelt van de suikerbiet betrokken is. Men is zich in onze gewesten gaan afvragen: "Moeten we nog langer bieten verbouwen, en zoo ja, kunnen we dan onze bieten niet voordeeliger aan andere fabrieken leveren dan aan de eigen coöperatie".

Vooral bij de aandeelhouders van de coöperatieve beetwortelsuikerfabriek "Zeeland" (die contractueel verplicht zijn op ieder aandeel elk jaar een bepaald aantal K.G. bieten te leveren) heeft deze vraag een punt van ernstige overweging uitgemaakt. Eenige maanden geleden al was er een strooming onder de aandeelhouders waar te nemen die zich uitsprak voor buiten werking stelling van het eigen bedrijf in de komende campagne en voor levering van bieten aan andere fabrieken. Onder het motto: "meer geld voor de suikerbieten", hebben een aantal aandeelhouders aan het bestuur een algemeene vergadering aangevraagd en deze zal Woensdag a.s. gehouden worden. Men verwacht, dat dus in de komende week beslist zal worden of de "Zeeland" dit jaar werkt of stil ligt.

Vóór de vergadering heeft het bestuur een circulaire verspreid waarin het zijn meening over het streven van een aantal leden kenbaar maakt, en waarin het mededeelt dat verwerking in eigen fabriek de voorkeur verdient boven het doen verwerken in andere fabrieken. Dit is gebleken uit aanbiedingen welke andere fabrieken naar aanleiding van de actie van een aantal leden van de "Zeeland" reeds deden. Het bestuur waarschuwt dan ook tegen het stop zetten van het bedrijf en het zal, zoo de aandeelhouders zulks toch weten door te drijven, geen enkele verantwoording, aan de stopzetting verbonden, op zich nemen. De voordeelen, voor zoover die door verwerking elders misschien verkregen zullen worden, zijn niet groot genoeg om de groote kans te loopen van kapitaalverlies, dat noodzakelijkerwijze aan het stilzetten der eigen fabriek vast zit. Wanneer de fabriek eenmaal stop is gezet, is het gevaar, dat zij niet meer in werking komt, en dus een veel geringer waarde zal hebben, groot.

De circulaire aan de leden kan beschouwd worden als een zeer ernstige vermaning tegen een wellicht iets te haastig opgeworpen plan. Niet alle voorstanders van het stop zetten der eigen fabriek zullen alle konsekwenties daarvan voor het verschijnen der circulaire hebben overzien, en daarom is o. i. de kans op verwerping van het voorstel van een aantal aandeelhouders niet verminderd.

Vooral niet als men het onmiddellijke eigen belang gaat stellen tegenover het algemeen belang en.... het eigen belang in de toekomst.

En zulks zullen de aandeelhouders van de "Zeeland" toch moeten doen,

Het is niet aan te bevelen reeds thans een verstrekkende beslissing te nemen inzake de suikerkwestie, waarvan het einde nog door niemand wordt gekend!

Ook hier geldt: "Bezint eer ge begint

x

In Zierikzee heeft het departement van de Mij. Tot Nut van 't Algemeen zeer goed werk voor de jeugd verricht. Het vorige jaar werd voor een 40-tal schoolgaande kinderen een kinderwerktuin ingericht die geheel aan de gestelde verwachtingen voldeed en thans zal op den ingeslagen weg worden voortgegaan. Aan den Grachtweg wordt nu n.l. een stuk grond als kinderwerktuin aangelegd en 50 kinderen zullen daar ieder het beheer over een tuintje van 10 bij 10 M. voeren. De jeugd zal er sterkers, wortelen, radijs spinazie, sla, boonen enz. kweeken, ze zal meer liefde voor de levende natuur krijgen en ze zal de tuinen van oudere menschen leeren eerbiedigen.

Het harken, zaaien en wieden in de frissche buitenlucht vormt een gezonde sport, zoowel voor lichaam als geest. Zonder eenige bijzondere moeite wordt de plantenkennis uitgebreid en dit mag als een welkome aanvulling van het Natuurkunde-onderwijs beschouwd worden. Bij het beoordeelen van de waarde dient men er ook rekening mede te houden, dat, wat men in. zijn jeugd leert, later gemakkelijker in practijk zal brengen.

We juichen het initiatief van het Zierikzeesche Nut, dat niets dan goeds inhoudt, van harte toe. Hopenlijk zal men in andere Zeeuwsche plaatsen het stichten van kinderwerktuinen ook eens gaan overwegen.

 

VAN EIGEN BODEM

DE ACTIE TEGEN VEERE EN MIDDELBURG

door

D. A. DE STOPPELAAR.

( Vervolg op "De Overgang van Vlissingen", zie "Ons

Zeeland" no. 4, van 26 Januari 1929.)

Thans begon men aan de verovering van Walcheren. Arnemuiden werd ingenomen; de Waalsche bezetting trok op Middelburg terug.

In de haven lagen wel 400 schepen; zij vielen de overwinnaars in handen, voor wie het platteland zich spoedig geheel verklaarde.

Dàt deed den moed zwellen, zoodat Treslong, rekenende op de goede gezindheid der burgerij, een aanslag op Middelburg beproefde.

Van drie zijden viel men de stad aan; een der poorten werd zelfs in brand gestoken, doch met eenig verlies van volk moest hij aftrekken.

De bevelhebber der stad, Beauvoir, deed nu de stad nog meer versterken; vandaar, dat men van een tweeden aanval afzag en de Vlissingers zich eerst van Veere beproefden te verzekeren.

De burgerij was met hen in onderhandeling, maar nog niet tot een besluit gekomen. En terwijl de gilden in de groote kerk raadpleegden, brak 't scheepsvolk de poorten open en meer dan 200 Oranjeklanten raakten binnen.

Maar de gegoede burgerij moest niets van hen hebben bang voor plundering als zij was, wierpen zij hen er weer uit en bewapenden 5 schepen ter bewaking hunner veste, zonder zich echter te verklaren voor den Prins of Philips. Van de wapenvoorraden in 's Konings arsenaal maakten zij zich meester, zoodat de Geuzen aftrokken.

Toen kwamen er twee schippers uit den Briel, die de gistende gemoederen verder tegen de Spanjaarden in beweging brachten. Alsdan verschijnt Tseraerts met 60 man voor Veere. De vroedschap moet er niets van hebben: de heeren worden buiten de muren gehouden.

Doch de opstand neemt toe. De beide visschers weten de burgerij op te winden: als er maar matrozen binnen de stad zijn, zullen zij wel gemeene zaak met hen maken.

Van Cuyck zendt een bode naar Vlissingen en bij het aanbreken van den dag staat Jeannin met een aantal volgelingen voor de poort, welke door de beide schippers en hun aanhang wordt opengeloopen. De Geuzen legeren zich in de kerk; de baljuw de Rolle, ook niet mis, sluit deze, zoodat allen gevangen zijn, terwijl hij tegelijkertijd hulp uit Middelburg ontbiedt.

De Spanjaarden snellen te hulp, doch worden, waar nu het "Huisje ten Halve" staat, verslagen. Met hulp der burgerij raakt Tseraerts nu binnen de stad, verlost Jeannin c.s., uit de kerk en de heele vroedschap, de Rolle incluis, die vluchtende achterhaald wordt, legt in zijn handen den eed van getrouwheid aan den Prins af.

Nog binnen een maand is heel Walcheren den Spanjaarden ontnomen, uitgezonderd de hoofdstad.

Thans worden pogingen aangewend deze te bemachtigen; de toevoer naar Rammekens wordt afgesneden, zoodat er al spoedig gebrek aan levensmiddelen ontstaat. Onderwijl blokkeert een groot aantal schepen de haven; Treslong vat post aan de landzijde. Voor de plattelandsbevolking breken nu moeilijke daden aan; velen worden tot zwaar schanswerk geprest.

Op de Noorddammer of Arnemuider poort heeft de eerste aanval plaats. Zóó breekt de 7de Mei 1572 aan. Antonie van Bourgondië, Beauvoir en de magistraat besluiten zich tot het uiterste te verdedigen, in de hoop dat ontzet nadert.

Sancho d'Avila komt de benarde hoofdstad te hulp met plm. 500 man en 26 vaartuigen, vanuit Bergen-op-Zoom.

Des nachts ontscheept hij z'n troepen nabij Vrouwenpolder, even ten Zuiden van 't voormalig fort den Haak. Tot aan de borst moeten zijn manschappen door 't water gaan. De Veerenaars merken niets van die nachtelijke manoeuvre en het lukt den Spaanschen veldheer ongehinderd voor Middelburg te komen, alwaar hij een vendel Walen binnenbrengt. Met de rest van z'n legertje valt hij op de Zeeuwen aan en vervolgt hen tot de verschansingen van Arnemuiden. Even moeten zij daar voor het kanonvuur terug, doch, alras versterkt, wordt de plaats genomen, terwijl de bezetting voor het grootste deel sneuvelt. Slechts enkelen redden zich; tot voor de poorten van Vlissingen en Veere worden zij vervolgd,

Arnemuiden heeft nu een Spaansch, Middelburg een Waalsch garnizoen (1).

Zonder succes tracht Oranje de burgerij van Middelburg te bewegen de "heilige zaak van Vaderland en Godsdienst" op te vatten; vruchteloos schildert hij in de heftigste kleuren Alva's wangedrag af (2).

Door de verovering van Arnemuiden aangemoedigd, poogt d'Avila zich van Veere meester te maken. Van uit Bergen-op-Zoom verwacht hij via Zierikzee hulp, om hiermede Vlissingen aan te tasten.

Onbekend, dat het grootste deel zijner vloot naar Zierikzee gestevend was om deze stad te bemachtigen, die door Burgemeester Lieven Keersmaker aan 't hoofd der burgerij vernield was, trachtte hij langs het niet versterkte Noorderhoofd Veere binnen te dringen.

Maar deze poging wordt ontdekt; fluks wordt aan den bedreigden kant een versterking van tonnen opgeworpen, waardoor deze plaats later Tonnenburg is genoemd. Heftig wordt hier gevochten, zoodat de zwakke verschansing dreigt te bezwijken. Reeds dringt de vijand in de stad, alles vermoordende wat hem in den weg komt ....

Op dat critieke moment gelukt het de Rijk de Spaansche schepen bij Vrouwenpolder in brand te steken.

In allerhaast trekken zij nu terug. De Rijk vervolgt hen scherp en met een verlies van 700 man weten zij in Middelburg een schuilplaats te vinden. Krijgsgevangenen worden, zooals in dezen strijd gebruikelijk is, zonder genade opgehangen. Het verhaal, dat nog onder de Veerenaars de ronde doet, als zou bij die gelegenheid de eene broeder den anderen hebben opgehangen, is historisch juist (3).

De dappere de Rijk wordt Geuzen-bevelhebber van Veere en Worst admiraal van Vlissingen (4). Beide steden worden versterkt en Treslong om hulp naar Engeland gezonden.

De nood dwingt de Spaanschen vanuit Middelburg tot strooptochten in den omtrek, wat tot tal van schermutselingen aanleiding geeft.

Zoo heeft in 't Sloe een gevecht plaats, waarbij het schip van den admiraal van Veere, Sebastiaan de Lange, aan den grond raakt. Omsingeld en aangeklampt door 4 vijandelijke schepen, verdedigt hij zich met leeuwenmoed. Moegestreden en geen hoop tot ontzet, steekt bij op het oogenblik dat de Spaanschen zich overwinnaars achten, den brand in 't kruit en vliegt met vriend en vijand de lucht in.

Dit beslist den strijd, de Spanjaarden trekken af (5).

Den 1sten van Bloeimaand 1572 liep Medina Celi, uit Spanje gezonden, met 47 oorlogs- en handelsschepen, te Sluis in Vlaanderen, binnen. Enkele bodems raakten aan den grond, die terstond door de Zeeuwen gekaapt werden.

Storm belette hen de Spaansche schepen aan te tasten.

Vergeefs poogden de handelsschepen, met bestemming naar Antwerpen, den tocht voort te zetten. Te Vlissingen met kanonschoten ontvangen, zochten zij onder het fort Rammekens een goed heenkomen, om vandaar naar Middelburg op te varen. Doch Worst wist alle vaartuigen buit te maken; ruim een half millioen viel den Zeeuwen in handen, waaronder f 200.000.- aan gereed geld.

Een ander buitenkansje was de vermeestering van een dertigtal schepen ter hoogte van de Boomkreek. In minder dan geen tijd telde de Zeeuwsche vloot 150 zeilen (6).

Maar met den voorspoed was ook de oneenigheid gekomen. Keeren wij tot Tseraerts terug; deze lag met het gros der Vlissingers overhoop. Verschillende grieven waren tegen hem ingebracht; zoo was zijn rechtzinnigheid bij de strenge Calvinisten verdacht, te meer daar hij zich heftig verzette tegen het vernielen der beelden in de Groote Kerk e Veere (7).

Het verlies van Zeeburg, waarbij ruim 70 Zeeuwen sneuvelen, wordt op zijn rekening gesteld (8). Zoo groot wordt de achterdocht tegen hem, dat de Vlissingers zoowel uit vrees voor verraad van zijn kant, als wel om hun stad te dekken, het land onder water zetten, waardoor de hoofdstad van de buitenwereld wordt afgesneden en de proviandeering ervan ernstige moeilijkheden ondervindt.

't Natuurlijke gevolg hiervan is schaarste aan levensmiddelen, welke nog vermeerderd wordt, als d'Ulloa's vluchtende soldaten hier een schuilplaats vinden.

Ondertusschen neemt de tweedracht der Vlissingers toe: Worst en de zijnen zweren, indien Tseraerts niet heen gaat, zij met hun schepen zullen vertrekken. Ten einde raad benoemt dan de geuzenregeering een voorloopig bestuur van vier hoplieden, wie het bewind wordt opgedragen.

En ware Louis du Gardin, gevolmachtigde van Oranje, niet tusschenbeide gekomen, de gouverneur was een gevangene zijner tegenstanders geworden. Op last van Lodewijk van Nassau wordt hij, nadat hij zijn gedrag door een bode bij dezen had laten verdedigen, in zijn ambt hersteld (9).

Treslong keert met hulp uit Engeland terug; met soldaten en oorlogsbehoeften. Tseraerts treedt nu weer agressief op. Om Alva te noodzaken het beleg van Bergen in Henegouwen op te breken, ontscheept hij 200 man te Aardenburg; eenige Bruggenaren verzekeren hem van den steun der bevolking. Dàt doet hem het Brugsche Vrije inrukken. Onderweg wordt nog een convooi verrast, wat hem het aardige sommetje van 10.000 daalders bezorgt.

Maar de stadhouder van Vlaanderen, de graaf de Roeulx is op z'n hoede, zoodat Tseraerts moet terugtrekken. Ook zijn actie tegen Gent mislukt. Natuurlijk betaalt de plattelandsbevolking het gelag: overal wordt geplunderd en niet het minst kerken en kloosters. Nog waagt hij een aanval op Goes, welke eveneens faalt.

(1) Gachard: Corr. Ph. II. T. II, p. 256. Swalue: de daden der Zeeuwen, bl. 32-35. Blok: Gesch. Ned. Volk II, bl. 80. Pirenne: Gesch. v, België IV, bl. 39.

(2) Corr. Guill. Ie Tac., T. III, p, 47-50

(3) Hooft: Ned. Hist., B. VI, bl. 238-239. Swalue: de daden der Zeeuwen, bl. 30-38.

(4) Hooft: Ned. Hist., B. VI, bl. 239.

(5) De Jonge: Gesch. Ned. Zeewezen, DI. I, bl. 177-178.

Van Meteren: Hist. Ned. oorl., B. IV, bl. 71-72.

(6) Strada; de Bello Belg., lib. VII, p. 433.

(7) Arch. Mais. d'Orange: T. III, p. 456-460 en 469-472.

(8) Arch. d'Orange: T. III, p. 468, Bor: Hist. Ned.

Oorl., D. I, B. II, bl. 392.

(9) Arch. d'Orange: T. 111, pag. 453-460.

 

 

UIT EEN JEUGD

Herinneringen aan Zeeland

door

JAN R. Th. CAMPERT.

XXII

Wat hij precies daarna deed, is mij ontschoten. Laten wij het eenvoudigste veronderstellen: hij ging naar huis en aangezien het lente was, zette hij zich voor het open raam met een boek waarin hij niet las. Vermoedelijk schreef hij toen z'n eerste sonnet. Dat hoort er zoo bij. Even vermoedelijk bracht hij zich al de liefdes-paren in herinnering, die in verband staan met de litteratuur: Dante en Beatrice, Petrarca en Laura, Perk en Mathilde....

Hij verdiepte zich in allerlei roekelooze plannen, want.... hij kende haar niet! Voelt u de tragiek van dit geval? De bèèstachtige tragiek? Het lèèk allemaal zoo eenvoudig: in de Middelburgsche Lange Delft kwam hij op een lentenamiddag een meisje tegen, dat hem had aangekeken en hij haar en aangezien iedereen elkander kent in provinciesteden, -- zoo wil de legende het tenminste! - behoefde niets zijn verdere voornemens in den weg te staan.

Deze legende echter berust op zéér valsche gronden. Ik zou bijna de paradox willen wagen dat juist in deze kleine steden men elkaar het minste kent. Het is niet om iets onaangenaams te debiteeren ten opzichte van Middelburg; ik constateer enkel een feit. Nergens vindt men zooveel kringetjes en côterietjes.... Het toeval wilde dat de hij en de zij elk in een ander kringetje thuis hoorden. Daar doe je verder niets aan, dat heb je te accepteeren .... of nièt. Hij wenschte het nièt te accepteeren, daar schreef hij gedichten voor. Dichters, en zeker die 16 jaren tellen, hebben altijd iets opstandigs, on-maatschappelijks. Dat schijnt er bij te hooren als een kat bij een waarzegster en uilen bij Athene....

Dies broeide hij vele plannen uit. Ze werden allen gewogen en te licht bevonden. Eén bleef er slechts over en dat was nou precies het meest-verwerpelijke. Hij besloot haar, als de gelegenheid gunstig was, aan te spreken.... Pardon?

Dat hoort niet, dat geeft geen pas, zegt u?.... U hebt volkomen en onvoorwaardelijk gelijk. Het hoorde niet en het gaf ook geen pas, nergens niet en zeker in Middelburg niet.

Maar, wat wilt ge? Hij had natuurlijk een wederzijdsche kennis in den arm kunnen nemen, maar dan had hij den nood zijns harten moeten blootleggen en dat kon niet! Dat is op dien leeftijd eenvoudig onmogelijk! En overigens: wachten tot het toeval? Dat wenschte hij niet, daar was hij te jong en te ongeduldig voor. Dat kon maanden en jaren duren.... Nèèn, er was maar één middel: aanspreken.

Natuurlijk besefte hij ten volle het gewicht van deze eventueel-te-volvoeren daad. En dat gewicht leek hem zelfs niet onverkieslijk. Tenslotte was het alleen een zaak die hun beiden aanging, waar niemand iets mee te maken had (voelt u de romantiek?). Met een dergelijke daad zette hij alles op één kaart. Als ze nèè zei en stug doorliep was alles verloren, voorgoèd. Dan moest hij voortaan straatjes omloopen als zij er aankwam want haar spottende, hoonende of vijandige blik zou hij niet kunnen verdragen, als ze ja zei en het ging, zooals hij zich dat in z'n stoutste droomen bèst durfde voor te stellen, wèl, dan zouden ze samen wel een middel vinden om dit alles tot een bevredigende oplossing te brengen.

Hij besloot het avontuur te wagen, de sprong in het duister....

Nou moet u echter niet denken, dat zooiets maar een-twee-drie ging. Hij wist weinig van haar af. Zijn eenige kennis van haar bestond uit het onweerlegbare feit, dat hij haar sinds dien eenen middag elken dag op hetzelfde uur tegenkwam in.... de Lange Delft, dat zij hem aankeek zooals bij haar. Dat was elke keer weer een spannend spel: daar kwam ze aan.... was ze 't? .... ja.... dichter en dichterbij .... zou ze hem zien? Waarom kijkt ze nu niet? Nee, ze ziet niks, beroèrd.... Maar op het allerlaatste moment sloeg zij de oogen op en keek hem aan.... Het was voorbij ....

Om dát moment draaide de dag, het was in die tijden de spil van zijn denken. Maar als hij haar dan tòch elken dag tegen-kwam, waarom stortte hij zich dan niet in het voorgenomen waagstuk? Daar waren omstandigheden, die de tragiek van het geval nog ijselijker maakten en tot in het wanhopige accentueerden. Ten eerste: Zag bij haar nooit alleen, altijd wandelde zij met een paar vriendinnen, een zuster, enz. en ten tweede: de dagen werden lichter. Iedereen zou het zien en dát mocht niet.

Ik hoop dat u zich met mij de "amoureuse perikelen" kunt voorstellen die onzen held het leven zuur maakten. In sombere buien verdiepte hij zich intensiever in een aangebeden boek of hij zwierf buiten Middelburg door de velden, verliefd en zulks schijnbaar hopeloos. Het is het noodlot van den mensch dat hij een ideaal wil bereiken. Hoe dichterlijk-gestemd onze held ook was, hij wilde toch meer dan één lepel per dag oftewel één oogenblik. En zie: de dag kwam dat de goedertieren goden hem gunstig gezind bleken. Het was natuurlijk juist op een moment, dat hij er het minst op rekende.

Op een avond was hij er even uitgeloopen. Om ergens een boek te halen bij een vriend of iets dergelijks. Het regende miezerig en de Middelburgsche straatlantaarns waren in dien tijd wankel en flakkerend van licht. Tusschen twee lantaarns kon men een moord begaan.... niemand die het zien zou. De Korte Delft was eenzaam, stil. Van den eenen kant kwam hij, van den anderen.... maar, dat wás ze! Hij zag het aan den regenjas, die hij kende, het figuurtje, de kleine, kordate stap.... Het bloed schoot naar zijn hoofd. Nù of nooit! Dit was zijn kans die zou zich nooit meer zoo prachtig voordoen. Ze passeerde hem .... Had ze hem aangekeken? In de donkere straat had hij het niet kunnen zien, maar te oordeelen naar den maatslag van z'n hart, kòn het niet anders.... Even weifelde hij .... Wanneer je weken en weken op een gelegenheid wacht en zij doet zich eindelijk voor dan kun je niet dadelijk handelen, dan moet je even de plotselinge beroering laten bezinken, maar de verlokking van het avontuur was te sterk. Hij keerde op zijn schreden terug en. ..

DE SCHELDEZENDER

Hallo. hallo........

Hier is het draadloos uitzendstation de Schelde-Zender! Vindt u het interessant, te hooren:

- dat een misdadige, onbekende hond Zondagmiddag in 's Heer Abtskerke een bloederig drama aanrichtte. Het dier vermoordde 22 schapen, die vreetzaam in een weide graasden. De politie zoekt naar den viervoetigen dader en naar zijn tweevoetigen eigenaar.

- dat 15 Maart 1929 de vrede van Aardenburg gesloten is. Toen werd n.l. besloten het Burger Gast- en Weeshuis op te heffen en de gezamenlijke waarde van deze instelling, ten bedrage van 7 á 8 ton, te verdeelen onder de verschillende armbesturen. Vermoedelijk zal er thans geen onvertogen woord meer in Aardenburg vernomen worden.

- dat voor rekening van de coöperatieve suikerfabriek Sas van Gent bieten gekocht worden voor fl 16,25 per 1000 Kilogram.

- dat vele inwoners van Goes, wegens het sluiten der vorige, particuliere badinrichting, al 3 maanden de gelegenheid misten tot baden. Als de gemeente niet opschiet met den bouw van een reinigings-inrichting, krijgt de kwalijk riekende Oostvest daar ter plaatse ongetwijfeld concurrentie.

- dat Philips' Gloeilampenfabrieken voornemens zouden zijn in Terneuzen een groot verzendhuis te vestigen in verband met den afzet harer producten naar Engeland.

- dat de strenge koude te Bruinisse enorme schade aanrichtte. Aan duizenden guldens mosselzaad ging verloren. De Bruinisser visschers zien met bezorgdheid de toekomst tegemoet.

- dat de Ned. Spoorwegen dit jaar weer vacantiekaarten uitgeeft. Ze zullen geldig zijn van 29 Maart tot en met 3 April, van 17 Mei tot en met 22 Mei en van 1 Juli tot en met 15 September. Goede reis.

- dat de firma Dekker te Goes opdracht kreeg voor Sir Harold Prosser, eereburger van Londen, een concert-orgel ad fl 51.000 te bouwen. Dit is het hoogste bedrag dat in Nederland ooit voor een orgel voor particulier genoegen werd betaald.

- dat het zonnetje Zondag j.l. honderden menschen op den Vlissingschen boulevard bracht.

- dat onze gemeente-veldwachters van den Commissaris der Koningin toestemming kregen om in den zomer een minder warm uniform te dragen. Het wachten is nu nog slechts op felle warmte en op een gul gebaar van de gemeenteraden.

- dat een paard, door iemand uit Kapelle te Wilhelminadorp gekocht, gebruik maakte van het nachtelijk donker en van den slaap van zijn nieuwen eigenaar om op eigen gelegenheid zijn ouden stal op te zoeken.

- dat de inspecteur der directe belastingen fl 325,60 aan gewetensgeld ontving. Niet van omroeper dezes.

- dat de vorige week de eerste boot van Zierikzee naar Catsche veer bij de Zandkreek op de slikken voer. De passagiers werden in een zandschuit overgeladen en naar den wal gebracht. Allen misten in Goes de treinaansluiting.

- dat er dit jaar honderden wagons stalmest uit Z.Vlaanderen naar België vervoerd zijn. Moge dit ontdoen van ons te veel niet tot diplomatieke verwikkelingen leiden.

- dat waarschijnlijk ook in Cadzand een roomboterfabriek opgericht zal worden.

- dat in Zierikzee een gast van een logementhouder met de Noorderzon en met een paar vreemde schoenen verdween.

- dat in een hotel te Middelburg dezer dagen een Russische Prins logeerde. De lente wordt wel eens door minder opvallende voorboden aangekondigd.

- dat de vorige week in onze hoofdstad het 100-jarig bestaan van de Brandwaarborg Mij. voor Zeeland is gevierd.

- dat de 28-jarige inwoner van Waterlandkerkje, die zijn 18-jarig buurmeisje vermoordde, door de rechtbank te Middelburg veroordeeld is tot 12 jaar gevangenisstraf. De eisch was 20 jaar.

- dat in de afgeloopen week in de Weeren op de Ooster-Schelde de eerste haringen gevangen zijn.

- dat de mail uit Engeland Zondag j.l. in Vlissingen met 1843 mailzakken arriveerde.

- dat in Stavenisse een afdeeling van de Zeeuwsche Landbouw Maatschappij het levenslicht aanschouwde.

- dat de dienst in de Geref. kerk te Oostkapelle een dezer avonden niet kon doorgaan, omdat brand ontstond op de galerij, die met vereende krachten kon worden gestuit. Reeds hadden de vlammen zich medegedeeld aan vloer, balken en lambriseering. De kerk is verzekerd.

- dat een aantal visscherijperceelen in de Ooster-Schelde op de Iersche bank, De Hammen, Zandkreek en Grevelingen in den loop der week te Middelburg verpacht werden.

- dat door de groote droogte der laatste maanden op het platteland van Walcheren gebrek aan drinkwater is. Te Oost- en West-Souburg werd deze week van gemeentewege water verkocht tegen 1 cent per emmer.

- dat blijkens de memorie van antwoord inzake de waterstaatsbegrooting het aantal treinen van en naar Zeeland voorloopig niet zal worden uitgebreid.

- dat blijkens dezelfde memorie het verzoek om uitbreiding van tramwegen in Oost Zeeuwsch-Vlaanderen in handen gesteld is van de staatscommissie voor het verkeer vraagstuk.

- dat in den nacht van Zondag op Maandag te St. Maartensdijk een landbouwschuur geheel afbrandde. Zeven melk koeien en 8 stuks jong vee kwamen in de vlammen om.

- dat in Kapelle een vereeniging is opgericht die tot doel heeft daar ter plaatse een lagere en christelijke tuin-bouwschool te stichten.

- dat het spaarfonds van de Bank-Associatie zulke alleraardigste en practische spaarbusjes in omloop bracht, dat het potten tot een genot zal worden.

Wij sluiten nu tot volgende week Vrijdag........

Adieu ........

HET DAGBOEK VAN PHILEMON ZIJDEWIND

13 Maart. - "De vorst is er nog steeds niet geweest, mijnheer", zei vanmorgen de melkboer, "die zit meer dan 'n halve meter diep in den grond". Snap daar nu eens iets van! Wanneer wij 60 centimeter diep in den grond zitten, zijn we er wel degelijk geweest. Ik denk dat die wintervorst eigenlijk een fakir is; in elk geval komt hij uit het Oosten. De stadsvijvers zijn uit de winterboeien ontslagen en verzoenen voor het eerst weer hun onbevroren aanschijn; het is er niet zindelijker op geworden; 't lijkt wel een Moriaan. Als 't mogelijk was, zou je het heele zaakje naar de wasscherij zenden. Wanneer die bekende vulpenfabrikant slim is, moet hij een paar zwanen in die geschiedenis laten drijven, dan heeft hij hier geen geld meer te besteden aan andere advertenties.

14 Maart. - Kemal pasjah heeft veertig Turken zwaar gestraft, omdat zij zonder Europeesche hoed op in Konstantinopel wandelden. Minister Kan heeft zijn bezoek aan Turkije daarom uitgesteld. De Tweede Kamer is nog altijd bezig met de Ziektewet; het medeleven met de zaken op het Binnenhof is buitengewoon! Ons halve volk sukkelt aan de griep. Ik heb geen last! Mijn snor met azijn opgeborsteld, daar adem ik nu door. In "Het varken met de sirene" was het een saaie boel. Alleen Breeduitstra was met majoor Hetemelk aan 't ruziemaken over het Kellogg-pact, dat ze in alle Europeesche staten aannemen tegenwoordig. Breeduitstra hoopte dat dit het bankroet van het militarisme zou worden en Hetemelk hoopte dat niet. Ik heb de partijen verzoend. Gezegd, dat wanneer het leger niet meer vocht en dus ongevaarlijk was, dat het dan van mij gerust mocht blijven bestaan.

15 Maart. - De radio gaf gisteravond een interessant bericht. Wetenschappelijke ontdekkingsreizigers, zoo verluidde de tijding, hadden in de Braziliaansche- oerwouden een nieuw soort apen ontdekt. Ze droegen zelfs kleeren en leken onder elkaar zich van zekere taal te bedienen; wanneer zij niet verschrikkelijk baardige gezichten hadden gehad, suffige oogen en 'n nietszeggenden grijnslach om hun monden, zouden zij ze zonder pardon voor menschen hebben gehouden; in elk geval heeft men nu de "missing link" van Darwin te pakken.

Met de vrienden vandaag daar hevige debatten over gehad en laat ik me nu vanavond in m'n krantje lezen, dat drie Europeesche professoren met studie-verlof in Zuid-Amerika, een aanklacht tegen bedoelde ontdekkingsreizigers hebben ingediend, omdat zij in genoemd bericht een persoonlijke beleediging zien. Tusschen zooiets kan je natuurlijk moeilijk in gaan staan, maar ik voor mij geloof dat apen tegenwoordig niet zoo erg laag beneden de menschen staan. In hetzelfde krantje n.l. lees ik dat een chimpansee, die bij ongeluk in een moderne dancing kwam, zich zoo kwaad maakte over dit idiote gedoe, dat hij het geheele buffet leeggooide naar de hoofden van de aanwezigen.

16 Maart. - Mooi zonnig weer. Fietstochtje gemaakt met Wybo naar Oostkapelle, wijl de postdirecteur me vertelde dat het tusschen dit weleer zoo brave dorp en de religie tegenwoordig water en vuur was. Bij informatie bleek dat daar Woensdag de kerk in brand had gestaan en de dominé met zijn auto te water was geraakt. Inderdaad had de postdirecteur dus recht van spreken, maar ik heb het wat te letterlijk opgevat. Ondertusschen mooi tochtje gehad en Wybo op 't verschil tusschen geploegd en bezaaid land gewezen.

17 Maart. - Wederom met Wybo een fietstochtje gemaakt. Nu naar Domburgs' strand. Wij troffen het. Juist had de zee een vat wagensmeer, 'n trommel scheepsbeschuit, vier leege bierflesschen en 'n blik petroleum aangespoeld. De geheele Zeeuwsche dichterschap is gealarmeerd om hier impressies te komen opdoen.

Vanavond geen radio-muziek. Kees Pruis zou zingen en Liesbeth is pro-Fransch.

18 Maart. - Ongewoon schouwspel. Jossie zagen wij de chocoladereep, die hij van mij had mogen koopen, mits hij m'n schoenen niet meer poetste, aan een armen knaap geven. Een traan uit Liesbeth's moederhart verscheen onmiddellijk in haar oog. Liefderijk verhoor afgenomen bij zijn binnentreden. "Er zaten vitaminen in", schreide hij, en "die jongen vertelde, dat het eigenlijk griep-bacillen waren en daar heeft juist vanmiddag de juffrouw op school tegen gewaarschuwd." Ontnuchtering.

19 Maart. - Op de soos erg gezellig. Mierick van Peuteren, die juist van Harlingen kwam, vertelde het ongewone nieuwtje, dat vandaag de kapitein van een ijsbreker op de Zuiderzee een zonnesteek had gekregen. Gelukkig konden ze dadelijk schotsen op z'n hoofd leggen, waardoor erger voorkomen werd, maar veronderstel eens, dat den man dit van den zomer overkomen was. Breeduitstra geloofde het natuurlijk niet. Die begon te neuriën: "Als je verre reizen doet, dan kan je heel veel liegen."

 

 

DE PSEUDO-BRAND TE MIDDELBURG.

De avond was, zooals ze zijn

in nette, stille steden,

geruischloos en van nacht omfloerst

en vrij van narigheden,

Een sfeer zooals wel ieder kent;

er was geen brand en geen agent.

Het was dus stil in eene straat

van Zeeland's mooie hoofdstad,

temeer doordat de middenstand

zijn winkellicht gedoofd had.

Er klonk geen stap en geen gepraat

in Zeeland's hoofdstad's stille straat.

Toch was er iets, dat niet moest zijn,

't was een verdachte, roode schijn

in een der bedehuizen,

De eenling, die dit feit bekeek,

werd - trots dien rooden schijn - zeer bleek

en hoopte op abuizen.

Hij wreef zich eens de oogen uit:

de vuurgloed was gebleven,

het was geen droom, geen fantasie

en zelfs niet overdreven.

Hij zag daar stof voor praat en krant,

hij zag een grooten binnenbrand.

Dies heeft hij lang en luid gebruld,

opdat men hem zou hooren;

de menschen in de stille stad,

zij spitsten hunne ooren.

Zij hoorden zijn verkondiging,

dat er een kerk aan 't branden ging.

De stille straat werd spoedig druk,

zoo'n roepstem is zeer machtig.

De kerk was rood, de straat was zwart,

de menschen zenuwachtig,

Toen kwam de brandweer, lang niet laks,

met slangenkar en Minimax.

Zoo heet als zij werd opgediend

is nimmer soep gegeten,

Een stiekum militair verdrag

wordt gauw voor echt versleten.

Een natte neus als Spaansche griep

is ook wel voorgekomen,

zoo kan men over valschen schijn

nog vele uren boomen.

Een kachel in een kerkgebouw,

die licht plus warmte uitstraalt,

is wel een brand, maar lang geen brand

waarvoor men slang en spuit haalt.

-------------------------------------------

De avond was, zooals ze zijn

in nette, stille steden;

een felle gloed, een roode schijn

veroorzaakt narigheden.

WILLEM TELL II.