Ons Zeeland 1929, nummer 24

Vorige nummer Volgende nummer Terug naar de foto's Zoeken in alle teksten

DE ZEEUWSCHE WEEK

Belhamels in een gemeenteraad; Zeeland trekt touristen; hoe een Deen ons zag; een ernstige beschuldiging in verband met de Zeeuwsch-Vlaamsche waterleiding.

De lezers der Zuid-Bevelandsche nieuwsbladen hebben zich dezer dagen weer eens kunnen ergeren aan den gemeenteraad van het dorpje Kattendijke, onder den rook van Goes gelegen. Zooals men zich herinneren zal heeft deze raad al meer van zich doen spreken. Ruim een jaar geleden n.l. legde het college er zich op toe om den burgemeester, die op eigen gelegenheid een beslissing had genomen, waarin hij den raad had moeten kennen, weg te werken. Dit is toen niet gelukt. Bij de bespreking der kwestie hebben we destijds gewezen op het karakter van dezen gemeenteraad en de zelfstandige handeling van den burgemeester weliswaar niet goed trachten te praten, maar toch motieven voor zijn daad naar voren gebracht. Deze motieven putten we uit den onwil van enkele raadsleden om in het belang der gemeente werkzaam te zijn. Op den Kattendijkschen storm volgde een periode van betrekkelijke stilte, die wel verband zal hebben gehouden met het feit, dat de journalisten der Goesche bladen geen gevolg meer gaven aan de uitnoodiging der opstandige raadsleden om de zittingen bij te wonen. De heeren zagen blijkbaar in dat lawaai-maken alleen nut had als de couranten er notitie van namen. Dezer dagen woonde een der Goesche journalisten echter weer een gemeenteraadsvergadering in het genoemde dorp bij. Het resultaat was een lang verslag in zijn blad, vol minderwaardige beschuldigingen en uitroepen aan het adres van den voorzitter van den raad. De belhamels van het college hadden den beroeps-journalist opgemerkt en hun tijdelijke onderbroken schadelijke houding weer aangenomen.

Uit het verslag, dat als 't ware gevuld was met uitroepen als: "Dat lieg je", enz, bleek overduidelijk op welk geestelijk peil enkele vroede vaderen van Kattendijke zich bevinden, en tevens dat zij niet bij machte zijn zelfs de meest eenvoudige gemeentelijke zaken te begrijpen.

De geheele zitting was, dank zij de belhamels, een gedaas in de ruimte.

In kleine gemeenten valt het niet mee de raadszetels steeds behoorlijk bezet te krijgen. We maken ons evenwel sterk, dat in Kattendijke toch wel gegadigden voor den raad te vinden zijn die beter voor hun taak berekend zijn dan zij die thans het dorp in opspraak brachten.

Hopenlijk zullen de kiezers in het dorp zich hiervan rekenschap geven!

x

In Zeeland heeft het reisseizoen al een aanvang genomen. Verschillende bezoekers van andere streken van Nederland en ook buitenlanders, kwamen dit jaar reeds een kijkje nemen. Zoo vertoefden in de afgeloopen week op Zeeuwschen bodem de Finsche Volkenbondsleden, en eenige honderden leden van de Ned. Reisvereeniging, en in de maand Juli zijn we het bezoek van Zuid-Afrikaners uit alle deelen van Europa wachtende. We behoeven waarlijk niet meer te klagen, dat Zeeland door de rest der wereld nog te weinig wordt opgemerkt. Dank zij een goed onderhouden reclame en allerlei beschrijvingen in de pers zijn de schoonheden van ons gewest in breeden kring bekend geworden.

Dezer dagen bevatte de "Telegraaf" wederom een zeer waardeerend artikel over Zeeland. Een der redacteuren had op uitnoodiging van het reisbureau "Zeeland" te Middelburg een rondrit door Zeeland gemaakt, en zijn indrukken in zijn veelgelezen blad verwerkt.

Ook dit artikel zal zijn oogst wel weer afwerpen.

Verheugend is het, dat ook in de buitenlandsche pers van tijd tot tijd van Zeeland gewag wordt gemaakt. Zoo maakte Thomas Olisen Lökken, de bekende Deensche schrijver van Klaus Kjerg, het vorige jaar een trip door onze provincie, Over Middelburg schreef hij daarna o. a.:

".. In Middelburg volgde ik den menschenstroom naar de groote markt, in de straten zie ik de heerlijkste rijtuigen, ouderwetsch overdekte wagens, geschilderd met lichte en stralende kleuren en met vurige paarden er voor. Hier zit een koetsier met het door het weer gebruind gelaat op den bok, een oude, vertrouwde knecht op de hoeve, die de dochter naar de markt rijdt. Hij wrijft geweldig nadrukkelijk onder zijn langen rooden neus, terwijl hij stilstaat. Maar nu stapt de jonge dochter uit. Ach, wat is ze mooi, frisch en rood in 't gelaat, een dochter der natuur, met een kleur van melk en bloed, lieflijker gelaat heb ik nog nooit gezien. De hoofdtooi is van de fijnste kant, het ruischt niet zooals bij de andere vrouwen, maar laat hals en ooren vrij. Ik zie de meest harmonische schouders en de lieflijkste borst die boven keurs en japon welft. Ik vergeet heelemaal naar de zware schoenen te zien en de dikke, leelijke beenen, zoo verrukkelijk is haar gezicht, zoo blauw zijn haar oogen, zoo vertrouwelijk haar glimlach, terwijl ze een jonge man begroet, die haar uit den wagen helpt. De oude knalt met zijn zweep, droogt nog eens de neus met zijn wijsvinger af. Hij verdwijnt in het gewemel, nieuwe spannetjes duiken op, zeldzame openharingen van verdwenen tijden, heel het oude, rijke Holland.... Het leven op de markt ontplooit zich op zijn best. Het groote plein is gevuld met kraampjes, waar van alles verhandeld wordt, uitgezonderd misschien koloniale waren, leder oogenblik worden de paarden en veulens getoond die verkocht moeten worden. Ze worden het plein rondgeleid, terwijl de kooplui in rijen staan en beoordeelen. De handel wordt later voortgezet in de herbergen waar de paarden gestald zijn.... De dag gaat voorbij. De jonge mannen beginnen een meisje uit te zoeken. Ze loopen veelal met vieren, twee jonge mannen met twee meisjes, nooit minder, dikwijls met achten op een rij, de straat versperrend. Eerst laat op den avond zie ik enkele paren alleen loopen, zacht pratend; dat doet mij er aan denken, dat er in een Engelsch reisboekje staat: Het volk op het eiland Walcheren is erg terughoudend. Ze hebben de merkwaardige gewoonte, dat ze hun gevoelens pas toonen als het donker wordt. Hierin herken ik den boer weer, en wel zooals hij in het barsche Jylland, ja, zeker langs de heele kust van de Noordzee tot in Frankrijk toe. Het is hetzelfde volk, dat langs deze stranden woont".

Is dit niet een prachtige visie van dezen Deen?

Vermoedelijk zullen zijn lezers zich tot de stad, welke hier beschreven wordt, aangetrokken voelen, en velen zullen haar in hun reisplan opnemen.

We mogen den Deenschen schrijver voor zijn werk weer dankbaar zijn.

x

De strijd tegen de Zeeuwsch-Vlaamsche waterleiding is in een nieuw stadium gekomen. Van allerlei vage beschuldigingen aan het adres van hen, die de waterleiding voorstaan, is de oppositie thans tot een omschreven aantijging overgegaan. De heer A. Th. 't Gilde, lid van den gemeenteraad van Axel, tevens lid der commissie van onderzoek van de Zeeuwsch-Vlaamsche waterleiding mij., heeft n.l. een adres aan den Minister van Arbeid gericht en daarin enkele vragen gedaan, welke een ernstige aanklacht inhouden. Uit de vragen zou moeten blijken, dat de heer J. G. van Niftrik getracht heeft het raadslid Janssens uit Graauw om te koopen, opdat deze in het belang der waterleiding zou werken.

Een beschuldiging, die niet malsch is, zooals men ziet.

We zullen rustig het antwoord van den Minister afwachten alvorens over het onderhavige uit te weiden. Over eenigen tijd zal er wel gelegenheid zijn om op deze aanklacht (ze moge waar zijn dan wel onwaar) nader terug te komen.

VAN EIGEN BODEM

UIT ZEELAND'S VERLEDEN

door

D. A. DE STOPPELAAR.

De strijd op Zeeuwsche Stroomen.

VII.

Dat ontheft Mondragon van den blaam, door Oranje op hem geworpen in 'n brief aan zijn broer Jan van Nassau.(1) Ondertusschen weet hij de vrijheid van de Rijk te bewerken. Deze moedige Zeeuw was na den mislukten aanval op Tholen naar Gent gevoerd en daar met ketens van wel 60 pond aan de beenen in een donkeren kerker gekluisterd. Hier wordt hij eenige maanden lang onmenschelijk behandeld, terwijl men van hem vergt, dat hij 's prinsen dienst verlaat. Als hij dit echter met verontwaardiging weigert, wordt hij

naar het schavot gevoerd, waar reeds twee lijken hangen.

Doch onder de soldaten van het slot ontstaat nu een beweging, naar men zegt verwekt door Mondragon's vrouw, die toen in Middelburg opgesloten was en haar schreef dat men moet trachten de Rijk te sparen, daar deze de poort is, door welke hij uit Middelburg kan gaan.

Tenslotte is de Rijk dan ook op aandringen van Mondragon ontslagen.

De prins is hier echter niet mee voldaan en dringt op vrijlating der vier overige gevangenen aan, in 't bijzonder wat Aldegonde betreft. Daar Mondragon verklaart zich ter zijner beschikking te stellen indien hij de Rijk terug zendt, keert deze op Oranje's wensch naar den vijand terug, slechts zekerheid verlangend, dat de f 6000,-, die hij ten behoeve der gemeene zaak heeft voorgeschoten aan vrouw en kinderen, zullen worden terug betaald, voor het geval hij niet zal weerom komen.

Zijn missie slaagt: Aldegonde, die zich onder eede verbindt om binnen 7 dagen in z'n gevangenis terug te zullen zijn, vertrekt in Augustus naar Rotterdam om met Oranje over de loslating van Rossu te onderhandelen. Onverrichterzake moet hij terugkeeren en wordt tenslotte, na acht maanden gevangen te hebben gezeten, den 15en October met de Rijk en c.s. ontslagen . (2)

Door de onlusten waren vele regeeringsleden gevlucht of op de schavotten van Alva omgekomen en de nieuw benoemde konden niet zoo terstond te midden der moeilijkste omstandigheden met den gang hunner betrekkingen vertrouwd raken.

Met een enkel woord hebben wij reeds melding gemaakt van de provinciale staten, door den prins ingesteld.

Deze gewestelijke raad moet bij toerbeurt om de drie weken te Zierikzee, Vlissingen of Veere vergaderen; hij is belast met 't uitvoerend bewind zoowel over burgerlijke als militaire zaken en bepaaldelijk met bestuur en toezicht over het zeewezen. Daarnaast blijft echter de oude Admiraliteitsraad in stand; wèl wordt het rechtsgebied van dat hof door instelling van dezen nieuwen raad aanmerkelijk beperkt.

Want ofschoon hij tot op dezen tijd over alle zaken betreffende het zeewezen uitspraak doet zonder eenige beperking, wordt thans bepaald, dat hij slechts over buitgemaakte goederen, de waarde van duizend gulden niet te boven gaande, zal mogen beslissen. Tenslotte is honger beroep van zijn uitspraken bij den Gewestelijken Raad mogelijk.

Het groot belang van het zeewezen en alles wat daarmede verband houdt, heeft den prins genoopt tot deze beperking van de macht der Admiraliteit; bovendien hoopt hij daardoor een meerderen invloed op het zeewezen te bekomen. (3)

Thans acht Oranje 't den tijd, 'n aanslag op Antwerpen te beproeven, nu hij over de heele Zeeuwsche vloot kan beschikken. Reeds zijn in 't diepste geheim onderhandelingen gaande tusschen hem en de Antwerpsche ontevredenen; reeds zijn er een 500-tal zijner aanhangers binnen de stad gebracht, als alles verraden wordt. Jan de Vos, een predikant en nauw bij den aanslag betrokken, weet te ontvluchten en geeft een nauwkeurig relaas van de terechtstellingen der hoofdaanleggers, tè gruwelijk om hier mede te deelen. (4)

Gelijktijdig met deze gebeurtenis heeft de slag op de Mookerheide plaats en op dien zelfden dag, zoo noodlottig voor Oranje en de zaak van 't bedreigde land, behalen de Zeeuwen een belangrijke overwinning.

Requesens heeft den vice-admiraal van Haamstede gelast met zijn vloot tusschen Lillo en Liefkenshoek te ankeren en zich gereed te houden, in afwachting van een smaldeel dat uit Spanje ter versterking is afgezonden. De Zeeuwen, hiervan onderricht, besluiten Haamstede te verrassen. Evert Hendrikz, vooruitgezonden om den toestand te verkennen, keert in triomf met twee wachtschepen terug. Dan zeilt ook Boisot op de vijandelijke vloot af; de laatste, in de meening dat zij de bevriende schepen uit Spanje waren, trekken niet snel genoeg terug voor de ook uit Zierikzee komende geuzenschepen.

"Op de Schelde voorbij Rommerswael,

"Quamen die van Zierickzee aensetten:

"Die van Antwerpen saghense altemael,

"Riepen, tzijn Vrienden om ons te ontsetten

"Daer mede waren zy in een Val..... (5)

De vloot neemt nu ijlings de vlucht maar:

"Sy conden naer Antwerpen niet weder springhen. . . ."

De lichte Zeeuwsche schepen, begunstigd door den juisten wind, verhinderen dit. Twee groote Spaansche schepen en Haamstede zelf vallen hun in handen; eenige andere bodems, aan den grond geraakt, worden in brand gestoken. Van een achttal andere wordt de bemanning aan land gezet en hun schepen bij de Zeeuwsche vloot ingedeeld. En die schepen, die den dans ontsprongen zijn worden zóó gehavend, dat zij gehéél onbruikbaar raken.

"Vijf inde gront, dry in den lichten brant,

"Met vijftien Prijsen quamen sy aensetten,

"Voor Vlissinghen seer triumphant,

"De Heere van Heemstee sonder letten

Vijsammirael van de Spaensche vloot

"Wert ghesonden na de Prince minioot;

"Hondert twee Metalen stucken (6)

"Sachmen van de Spaensche schepen rucken.

De Spaansche soldaten, die juist de overwinning op de Mookerheide te Antwerpen vieren, snellen zoo uitgedost als ze zijn te wapen en rukken langs den slijkerigen dijk op de Zeeuwen aan. Diep in de modder vatten zij post en begroeten hun vijand met geweervuur, doch kunnen evenals het hevig geschutvuur van het fort Oorddam dat door de Zeeuwen tot zwijgen wordt gebracht, Boisot den terugkeer beletten.

Haamstede zelf wordt naar den prins in Delft opgezonden en daar gevangen gehouden. Van het verraad, dat de Spanjaarden hem aanwrijven, heeft hij zich later volkomen weten te zuiveren. (7)

Het is hier niet de plaats om uit te weiden over het beleg van Leiden: alléén willen we even vastleggen, dat ook de Zeeuwen een ontzet-vloot uitrusten. De gouverneurs en de gewestelijke raad brengen daartoe bij wijze eener bede aan de vier steden (n.l. Zierikzee, Vlissingen, Veere en Arnemuiden) gelden bijeen. En, thans blijkt de eensgezindheid der Zeeuwen: de Middelburgers, ofschoon weinig ingenomen met de beschikkingen van Oranje omtrent de voorkeurrechten aan de drie andere Walchersche steden en nog niet hersteld van het langdurig beleg, hebben zelfs besloten boven het aandeel in de finantieele bijdragen, de stadsklokken te verkoopen en daarvoor scheepsgeschut aan te schaffen. Het algemeen belang staat nu bij hen op den voorgrond, waarvoor alle bijzondere grieven moeten wijken; zij, zoowel als de overige Zeeuwen, toonen "een bereidwilligheid om de Hollanders te helpen, die te opmerkelijker is, daar men in Zeeland nog altijd een Spaanschen aanval vreest."(8)

Begin September komt dan de vloot, die te Vlissingen en Zierikzee is uitgerust onder Boisot en Joost de Moor, te Rotterdam aan. Zij is met 8000 wakkere kerels bemand, die gewoon zijn Spanjaarden te overwinnen en geen genade aan degenen te geven, die in hun handen vallen.

Volgens Hooft droegen zij allen "de teekenen van doorgestane gevechten; deze is den arm geknot, die den voet of 't been kwijt. Eenige hunner voeren een zilveren maan op den hoed met het opschrift: "liever Turksch dan Paapsch". Boisot laat om het indringen der kogels te beletten de zijwanden der schepen van binnen met planken verdubbelen en de tusschenruimten met vochtige matten of huiden opstoppen. Met de Zeeuwsche voorhoede is hij de eerste, die binnen Leiden raakt, waar hij uitbundig wordt toegejuicht.

"In October den derden dach,

"Boisot men met zijn Schepen sach

"Binnen de Stadt van Leyden:

"De hongerighen creghen spijs,

"Den Heer die sy danck ende prijs..... (9)

Tot aandenken aan hun krachtigen bijstand ontvangen Boisot en zijn bevelhebbers uit erkentenis van de stad ieder een gouden keten met eerepenning.

Verschillende zaken van gewicht doen Oranje in December 1574 naar Zeeland gaan om een nieuwen aanslag op Antwerpen te beproeven; hij treedt in verstandhouding met Neijen, die 't lukt binnen de Scheldestad 2000 man te brengen. Reeds is te Vlissingen een vloot van 65 schepen uitgerust en tot voor Lillo opgevaren, als Requesens er de lucht van krijgt en Mondragon met zijn Walen onverwacht de stad doet bezetten. Oranje schrijft het mislukken der verrassing toe aan de bloohartigheid van de bevolking, ofschoon de Geuzen vloot nabij is.

(Wordt vervolgd).

(1) Archives: TV, p. 71-72.

(2) Corr. Guill. Ie Tac. T III, p. 397-402; Strada, de Bolle Belg, lib. VIII, p. 457.

(3) De Jonge Gesch. Ned. Zeewezen, DI. I, bl. 251-253.

(4) Hoof t: B IX, bl. 351-352.

(5) Dr. E. T. Kuiper: Het Geuzenliedboek DI. 1, blz. 220.

(6) Ibid: bl. 221.

(7) Le Petit: Chron. de Heil. T II, p. 278.

(8) Dr. E. R. Swalue: daden der Zeeuwen, bl. 73.

(9) Dr. Kuiper: bl. 235.

UIT EEN JEUGD

Herinneringen aan Zeeland

door

JAN R. TH. CAMPERT.

XXXII.

Van deze hofsteden liggen er ettelijke halfweg Zoutelande-Westkapelle. Verscholen achter schuin-oploopend geboomte, waardoor hier en daar de bonte weelde der stijve duizendschoon en het glinsterend koper der emmers te zien valt. En als ge veine hebt, staat er juist een struische boerendochter de pannen te schuren, de stevig-bruine armen tot aan de ellebogen in het water. We hèbben veine: er staat een boerendochter. De donkere oogen karbonkelen in de rijpe gezondheid van het gelaat, dat vriendelijk omvat ligt in den teederen greep der smetteloos-witte muts. Een toefje donker haar krult uit de muts boven het voorhoofd in een stijve rol, waarvan ter weerszijden de gouden krullen. Maar de kralen heeft ze afgelegd, die hinderden te veel onder het werk, alleen een witte streep over den verbranden hals verraden hun bijna voortdurende aanwezigheid. Ze zet de handen in de zij als zij het groen-geschilderde hekje hoort piepen en ziende dat het vreemdelingen zijn, veegt zij even met de rechterhand langs het voorhoofd, raakt vluchtig de muts aan of die wel recht zit en droogt haar handen aan het blauw-grijs geruite werkschort.

Of we een glas water mogen drinken? "Bè jae, wèrom nie?" klinkt het in zangerig dialect en haar vriendelijkheid strekt zich nog verder uit:

"Kom effe' in de bakkeete," Zonder antwoord af te wachten duwt zij de groene onderdeur open, laat haar witgeschuurde klompen buiten staan en wat rest ons anders dan om zulk een even hartelijke als en verwachte uitnoodiging gevolg te geven!

We zitten gedrieën om de met zeildoek-bespannen tafel. Door de dunne gordijntjes schijnt de zon op de fèl-roode geraniums die de vensterbank versieren en op de kopere tang en met koper-beslagen blaasbalg die naast de schouw hangen. Er tikt een wekker luidruchtig en hard. Opgejaagde vliegen gonzen door de keuken.

Op den steenen vloer ligt met sierlijke krullen zand gestrooid. Blauw-en-witte tegels pronken aan den muur.

Een kommetje koffie?

Het is wel héél verleidelijk. Maar de Walchersche boeren en boerinnen staan bekend om hun beminnelijkheid en deze maakt geen uitzondering op een prijzenswaardigen regel. De koffie echter is voor onze verwende steedsche smaak een volkomen desillusie. In het Amsterdamsche Américain of Haagsche Riche drinkt men ze beter. Het is hier een soort warm, donker-troebel vocht dat zwéémt naar koffie. Dat is dan ook al! Maar het onverwacht gezelschap vergoedt veel, al wil het gesprek niet zoo dadelijk vlotten.

We kunnen niet spreken over tooneel of over film, over het laatste boek of de te verwachten mode. Complimentjes over 'n aardig toiletje zijn zinneloos, al is het toilet aardig.

En van de dingen die haar interesseeren hebben we geen verstand. Dus praten we weinig en over onnoozele zaken. En de slaapwekkende, zoemende warmte bevordert het gesprek niet. Maar dat schijnt onze gastvrouw geenszins te hinderen. En misschien is ze wel een beetje verheugd met deze onverwachte afleiding, die haar langen, vermoeienden werkdag onderbreekt. Laten wij hopen op niet al te onaangename wijze!

Om het huis heerscht de stilte zooals zij alleen heerscht ergens diep in het land. En, nou ja, er zijn een paar oneerbiedige kippen die zonderling-kakelende geluiden ten beste gevend, over het erf zwerven en als ik heel goed luister, hoor ik varkens knorren, maar daar blijft het dan ook bij. Geen auto's, geen trams, geen menschen....

Waar is de boer? En de boerin?

"Naer de stad. 't Is toch Donderdag!"

Dat ik zóó dom kon zijn. Donderdag: markt in Middelburg.

Vanmorgen in den prillen, jongen morgen zijn zij natuurlijk al uitgereden in hun beste gerij en met hun beste plunje aan. De boer plechtig in het zwart met 't zwart-leer-gerande petje even schuin op de grijze krullen, de gouden oorringen en Zondagsche knoopen aan; de boerin in haar mooiste gewaad met de fonkel-nieuwe beuk en zwarte schort, de karabies op haar breeden schoot en voor den wagen de glanzendgeroskamde vos.

En eerst in den avond zullen zij terugkeeren van de stad. De boer tevreden over de gedane zaken, de boerin eveneens in de beste stemming door de geslaagde inkoopen.

Zwijgend rijden zij langs de landelijke wegen door den lichten, zomerschen avond. De vos trekt flink nu bij weet dat thuis een ruif puike haver wacht en hoe harder hoe liever, want 't is morgen weer vroeg dag....

"Dus dan bin je vandaege alleenig thuus," - haal ik gebrekkig m'n Zeeuwsch weer op.

Ze lacht een breeden glimlach die een sterk en wit gebit doet zien. En d'r is een schalksche blik in haar oogen als zij antwoordt:

"Glád alleenig. Maêr julder moeten toch zeker nogt vaêrder op?"

Ja-ja, dat noemen wij hier een gentle huis. Ik sta op, por m'n vriend die aan den slaapwekkenden invloed van warmte, vliegen-gegons, kippen-gekakel en varkens-geknor ternauwernood weerstand wist te bieden en maak resolute aanstalten om te verdwijnen. Maar zóó was 't niet bedoeld.

"Bluuf toch zitte'! Daêrom zee 'k 't nie'!"

Een pak van m'n hart en ik blijf zitten! En om elke eventueel-onaangename gedachte weg te nemen, biedt zij ons een boterham aan, die er ingaat zoo gesmeerd als alleen maar Zeeuwsch brood er in kan gaan. Maar dan is het toch tijd geworden. Ik bedank onze gastvrouw en we krijgen elk een stevige hand en als we 't knarsende hekje weer achter ons gesloten hebben, nog een joviale arm-zwaai achterna.

Hoe menigmaal droomt de mensch van een toekomstig

geluk, zoodanig, dat hij het tegenwoordige verslaapt.

Het gezond menschenverstand is voor den geest, wat

het geweten voor het hart is.

 

 

SPORTIMPRESSIES

Singelloop.

Als onderdeel der athletiek gaat de z.g. Singelloop langzamerhand een voorname plaats innemen. Speciaal in steden, die rijk gezegend zijn met singels en grachten, komt hij meer en meer in zwang. Plaatsen als Utrecht, Breda, Middelburg e.d. leenen zich dan ook bij uitstek voor deze sportieve krachtmeting, die men "singelloop" noemt en welke dan ook het middelpunt vormen voor de afstandloopers, die in zoo'n trip langs den publieken weg een welkome afwisseling zien in hun reeks wedstrijden op sintel- en grasbanen.

Natuurlijk was het weer de energieke Middelburgsche Athletiek-vereeniging "Eendracht Maakt Macht", die het bezit van de fraaie, lange, stedelijke singels dienstbaar wist te maken aan de beoefening van en de propaganda voor de athletiek. Vorig jaar organiseerde "E. M. M", den Middelburgschen singelloop voor het eerst; hij werd een groot succes, zoowel voor deelnemers als organiseerende vereeniging en de bij dezen loop opgedane ervaringen zijn zoodanig benut, dat de tweede singelloop, die op Zaterdag 8 Juni l.l. plaats vond, een volslagen succes is geworden.

Met medewerking der plaatselijke autoriteiten en politie, had E. M. M. voor eene uitstekende regeling zorg gedragen, zoodat zich nòch bij den start, nòch gedurende het parcours, nòch bij de finish eenig hiaat voordeed. Diverse autobezitters hadden hun auto ter beschikking gesteld van pers, jury en leiders, terwijl eveneens belangeloos afgestane vrachtauto's zorgden voor het vervoer der loopers naar de startplaats en van de finish naar de melksalon "De Nieuwe Landbouw", het verzamelpunt van officials en loopers.

Ondanks den stroomenden regen heerschte in dit concentratiekamp der athletiek een opgewekte geest, toen we tegen vier uur ons mengden onder dit sportieve gezelschap, waarvan de E. M. M.-secretaris, de heer J. C. Everaars, met de reeds vroeger ondervonden voorkomendheid ons inlichtte en voorzag van de noodige bescheiden, die ons in staat stelden, ons met één oogopslag te oriënteeren omtrent de sportieve gebeurtenis, die te wachten stond. We ontmoetten er voorts den E. M. M.-praeses, den heer J. van de Plasse, die als algemeen leider, de laatste hand legde aan de verzorging van den singelloop en deszelfs entourage. We vonden er den luitenant-kolonel H. Bierman, die als starter zou fungeeren en die overigens nergens ontbreekt, waar sportbelangen in het geding zijn. We vonden er de juryleden-tijdopnemers K. de Vries, J. H. Koers, Jac. Overbeeke en C. Reijnierse en - last not least - we vonden er een dertigtal jonge mannen, die, in hun pullovers, over-all's, broeken en jassen, allerminst den indruk maakten van athletische figuren, maar die aanstonds, wanneer zij in hun kleurig shirt en korte broek hun gespierde beenen en stoere body aan de blikken der duizenden langs de singels geschaarde toeschouwers zouden prijsgeven, dezen indruk onmiskenbaar zouden logenstraffen. En zij hebben dit gedaan! Want uit de hiervoren genoemde kleedij kwamen acht-en-twintig sportfiguren te voorschijn, jonge mannen, die op vreedzame wijze elkaar den palm der zege gingen betwisten en die te zamen een levend brok propaganda vormden voor de athletiek, die heilzaam werkt op de lichamelijke ontwikkeling en het weerstandsvermogen.

Het deed prettig aan, te constateeren, dat deze singelloop geen uitsluitend Zeeuwsch karakter droeg. Van heinde en verre, vanuit Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Nispen en Breda waren prominente loopers naar Zeeland's hoofdstad gekomen om aan dezen sportieven kamp deel te nemen. Van de 37 inschrijvers verschenen er 28 aan den start, hoofdzakelijk tengevolge der omstandigheid, dat de Zeemacht te Vlissingen, die met zes loopers inschreef, om dienstredenen niet volledig van de partij kon zijn.

Pluvius was het sportgodje gunstig gezind, want terwijl het hemelnat vóór en na den loop neergutste, bleef het waterballet tijdens den loop beperkt tot slechts enkele druppels. Politie, padvinders en publiek werkten voorbeeldig samen, zoodat het geheele parcours zonder hinder van voertuigen, rijwielen, auto's en voetgangers kon worden afgelegd.

Op het startschot van overste Bierman vingen 28 loopers, die in hun bonte kleuren-mengeling een imposanten indruk maakten, hun race van 3400 meter aan. De start vond plaats op den Tramsingel, nabij de melkfabriek en de finish stond aangegeven op den Veerschen Singel.

Onder de loopers misten we den athleet A. Palmers, lid der Athletiek-vereeniging "1923" te Amsterdam, die vorig jaar den fraaien Miss Blanche-wisselbeker won, maar door zijn vertrek inmiddels naar N. 0. Indië, zijne kansen niet kon verdedigen. Maar we ontdekten een tweetal loopers, dat al heel wat lauweren oogstte en dat vrijwel onbedreigd den kop vormde van het looperspeloton. Want nauwelijks was de Tramsingel geloopen of de loopers A. A. W. de Wolf van "Vlug en Lenig" te Den Haag en D. van IJperen van "D. O. S." te Rotterdam, maakten zich van het veld los en wonnen zienderoogen terrein op hunne rivalen. Halverwege den Langevielesingel had dit tweetal, dat in fraaien stijl op één lijn voorttippelde, reeds een voorsprong van 50 Meter. Op den Seissingel werd de afstand nog grooter, maar op den Noordsingel maakte ook A. Kambier van "E. M. M." te Middelburg zich los van het loopersveld. De afstand was te kort, om het duo de Wolf-Van IJperen nog te bedreigen, maar niettemin leverde deze Zeeuwsche looper een fraaie prestatie door zoo onweerstaanbaar uit te loopen, dat reeds "n kilometer vóór de finish vaststond, dat hij zich onbedreigd als derde zou klasseeren. En zoo is 't ook gebeurd! Tot op 100 M. voor het eindpunt bleven de Wolf en van IJperen naast elkaar. Toen werd een formidabele eindspurt ingezet, die uitliep ten voordeele van den Hagenaar De Wolf, die over een stel lange beenen beschikt en dan ook den veel kleineren Van IJperen de baas bleef. In 10 minuten 7 4/5 seconden legde De Wolf het bijna 3 1/2 K.M. lange parcours af, eene prestatie, die werkelijk bewondering afdwingt. Na hem volgde Van IJperen, die er 3 3/5 seconden langer over deed, terwijl, onder daverend applaus van de talrijke menigte, die zich bij de finish had opgesteld, de E. M. M.'er A. Kambier als kranige derde de eindstreep passeerde, na 10 minuten en 30 seconden. Na dit drietal kwamen achtereenvolgens binnen de loopers C. Sinke (Kon. Marechaussee, Vlissingen), P. Zuidweg (E. M. M., Middelburg), J. C. de Jonge (V.I.O.S., 't Zand, Koudekerke), P. Kambier (E. M. M., Middelburg) en E. J. Vos (Zeelandia, Middelburg). De overige twintig loopers arriveerden geleidelijk aan het eindpunt, zonder een enkelen uitvaller.

Klokslag 5 uur had in "De Nieuwe Landbouw" de prijsuitreiking plaats bij monde van overste Bierman, die in een keurige rede, gekruid met de noodige geestigheid, den winnaars hunne tropheën overhandigde, na de voordeelen der athletiekbeoefening uiteengezet en de organiseerende vereeniging "E. M. M." voor haar initiatief gehuldigd te hebben. De eerste prijs, bestaande uit den zilveren Miss Blanche-beker, die 2 maal achtereen of 3 maal in het geheel door denzelfden looper moet worden veroverd, alvorens diens eigendom te mogen heeten, viel ten deel aan A. A. W. de Wolf van "Vlug en Lenig", Den Haag. De looper D. van IJperen van "D. 0. S." te Rotterdam verwierf den tweeden prijs en een extra-prijs als eerst-aangekomene niet-Zeeuwsche looper achter den winnaar. De extraprijs voor den dito Zeeuwschen looper viel ten deel aan A. Kambier van E. M. M., terwijl J Vernave van het 14e Reg. Infanterie, als eerst-aankomend militair deelnemer van het garnizoen te Middelburg, eveneens hiervoor een extra-prijs ontving. Overigens werden de nummers 3 tot en met 8 in het bezit gesteld van een medaille.

Nadat de heer J. v. d. Plasse, als voorzitter van E. M. M., had dank gebracht aan officials, deelnemers, juryleden, pers en allen, die belangeloos medewerkten, om dezen tweeden Middelburgschen singelloop te doen slagen, behoorde dit sportfestijn weer tot het verleden.

E.M. M. Kan met genoegen op haar werk terugzien. Deze tweede singelloop, ter herinnering waaraan alle deelnemers een herinneringsspeldje zullen ontvangen, is zoowel organisatorisch als technisch uitstekend geslaagd. Wij hebben reeds eerder in vorige artikelen voldoende gewezen op het nut der athletiek om ten deze thans in herhaling te vallen. Dat de verzorging van dezen tak van sport bij "E. M. M." in goede handen is, wisten we reeds, maar deze wetenschap is op 8 Juni door nieuwe feiten bezegeld. Daarvoor onze hulde!

LUCTOR ET EMERGO.

DE SCHELDEZENDER

Hier is het draadloos uitzendstation de Scheldezender! Vindt u het interessant, te hooren:

- dat de Middelburgsche paardenmarkt, in verband met de landbouwtentoonstelling te Goes, uitgesteld is tot 27 Juni.

- dat op de ringrijderij, ter gelegenheid van de Goesche landbouwtentoonstelling te houden, de zilveren wisselbeker van de Koningin definitief verreden zal worden.

- dat de regenbuien, welke den vorigen Zaterdag mild uit den hemel vielen, door de bezitters van dorstend land en van droge regenwaterputten gezegend zijn.

- dat de pogingen, om te Axel een huishoudschool op te richten, faalden.

- dat de bouw van de nieuwe Geref. Kerk te Goes in den loop der volgende maand zal worden aanbesteed.

- dat de Goesche burgemeester, de heer G. A. Hajenius, 21 dezer 25 jaren ambtenaar van de plaats zijner inwoning zal zijn. 22 Juni wordt dit zilveren jubileum eenigszins feestelijk herdacht.

- dat de belastingschroef in de hoofdplaats van Zuid-Beveland ietsje vaster aangedraaid is door den raad. Het vermenigvuldigingscijfer werd n.l. van 1,03 tot 1.09 verhoogd. Toch zijn er dit jaar geen dure plantsoenen aangelegd!

- dat de nieuwe brandspuit van Wissenkerke blijk heeft gegeven aan de gestelde verwachtingen te voldoen.

- dat de opleiding voor radiotelegrafist aan de Zeevaartschool de De Ruyterschool te Vlissingen 1 September met twee cursussen wordt uitgebreid voor het beroep van telegrafist, speciaal bij de Maatschappij Radio-Holland.

- dat de Breskensche visschers voor de eerste maal op ansjovischvangst zijn uitgegaan.

- dat in Boschkapelle eenige jeugdige meisjes met een bietensnijmolen speelden. Een der kleinen bracht het werktuig aan het draaien en sneed haar vriendinnetje den top van een der vingers.

- dat de directeuren der H. B. Scholen in Zierikzee en in Goes aansluiten tusschen lager- en middelbaar onderwijs beoogen.

- dat in 's Heer Arendskerke een onbekende den regenbak van een der dorpelingen met behulp van petroleum verontreinigde. In een droog jaargetijde een dubbel-leelijke streek.

- dat twee jongens aan den zeedijk te Ellewoutsdijk een flesch met een briefje vonden. Het briefje behelsde het afscheid van twee in nood verkeerende Belgische meisjes aan haar geliefden. Men vermoedt hier met een verliefd meisjesgrapje te doen te hebben.

- dat de gemeenteraad van Wolphaartsdijk de plannen inzake den bouw van ineen nieuw raadhuis thans heeft goedgekeurd. Architect is de heer H. A. Polhove te Amersfoort. De kosten zijn geraamd op fl 23.000.

- dat te Bruinisse in de afgeloopen weken het drinkwater met een mosselvaartuig werd aangevoerd. De prijs van het water bedroeg 5 cent per 2 emmers.

- dat de Zeeuwsch-Vlaamsche tram veel geld verdiend heeft aan den waterdorst der Zeeuwsch-Vlamingen.

- dat het circus Hagenbeck te Middelburg zeer veel belangstellenden trok. De afgerichte mensch blijkt nog steeds van gedresseerde mede-aardbewoners te genieten.

- dat de Djiguiten-kozak welke bij de uitvoeringen in onze hoofdstad gewond werd, te Dordrecht wederom met z'n paard in het zand beet.

- dat de prijs van het wittebrood in Sas van Gent met 1 cent verlaagd werd. Vermoedelijk zullen nu wel velen in het Zeeuwsch-Vlaamsche stadje hun wittebroodsweken willen doorbrengen.

- dat de 1e schoolcompagnie van het 14e regiment infanterie uit Middelburg van 17 tot 20 dezer te Bergen op Zoom wordt gedetacheerd tot het houden van voortgezette schietoefeningen.

- dat de molen te Lamswaarde (gemeente Hontenisse) vermoedelijk in sloopershanden zal vallen. De vereeniging tot bescherming van molens zal weer eens in het geweer moeten komen.

- dat 1929 een zeer goed fruitjaar belooft te worden.

- dat de electrificatie van de middengroep uitstekend vordert. De kabel Middelburg-Goes ligt reeds voorbij 's-Heer Arendskerke. Vermoedelijk zal dit dorp het eerst aan het net worden aangesloten.

- dat de afdeeling Zeeland van het vrijwillig landstormkorps motordienst een Korpsvlag heeft gekregen.

- dat een Nederlandsch-Fransche combinatie te Sas van Gent bij het spoorwegstation een terrein aangekocht heeft en daar een textielfabriek wil stichten.

Wij sluiten nu tot volgende week Vrijdag........

Adieu ..........

HET DAGBOEK VAN PHILEMON ZIJDEWIND

5 Juni. - Onze moestuin heeft vandaag een wonderbare oogst opgeleverd. Naar waarheid kan ik verklaren, dat ik er het volgende uitgehaald heb: twee kilo postelein; twintig bosjes radijs; vijf pond aardbeien; zes bloemkoolen; een half mud aardappelen; zes bundels asperges; twee pond raapstelen; acht bos rhabarber; 'n gelijke hoeveelheid prei en eenige manden sla. Het geviel namelijk, dat hedenmorgen het paard van den groentenkoopman op den hol ging met den achter hem gespannen wagen en bij 'n aanrijding met ons tuinhek, 'n gedeelte der lading op mijn domein sloeg. Het recht van strandvonding is een mooi iets. Ik zal er eens 'n verhandeling over schrijven. Wybo heeft heden zijn wetenschappelijke kennis buitengewoon verrijkt. De leeraar in de staathuishoudkunde heeft de onthulling gedaan, dat de kolbakken van de adjudantonderofficieren der Koninklijke Marechaussee van zeekalverenvel vervaardigd worden.

6 Juni. Een belangrijke dag voor Nederland. De bij Koninklijk Besluit van 18 Februari 1917 (St.bl. 148) benoemde opperkeurmeester, van gekaakte haring te Vlaardingen heeft een protocol uitgevaardigd, waarin hij met al den verschuldigden eerbied, doch met den meesten aandrang, plechtig verzekert, dat de op 18 Mei j.l. aan de Koninklijke familie gepresenteerde Hollandsche nieuwe haring, wel degelijk nieuwe haring is geweest. Hiertegenover staan nu de wetenschappelijke verklaringen van de professoren Visscher en Spiering, dat versche Hollandsche maatjesharing niet eerder in de Noordzee verschijnt dan einde Juni. Een geweldige strijd tusschen practijk en theorie staat ons nu te wachten. De oplossing der kwestie wordt ontzaggelijk bemoeilijkt door de omstandigheid, dat de leden van ons Koninklijk Huis de haringen reeds geconsumeerd hebben. Groote verwikkelingen worden tegemoet gezien.

7 Juni. We zaten vanmiddag gemoedelijk te boomen in "Taveerne Stortebeeker" toen een van de heeren, die in Canada een neef had wonen, ons vertelde dat ze in dat land een doodgewonen hamer den naam geven van "Amerikaanschen schroevendraaier". Dat deed in mijn steeds werkend brein een gedachte ontspruiten. Onmiddellijk ging ik huiswaarts. U moet weten dat ik, wanneer mijn bovenkamer niet in orde is, steeds mijn bivak opsla in een rommelvertrekje en daar stoot ik dan nogal eens vaak mijn teenen aan 'n uitstekend schroefdraadje, dat zich met 'n nijptang niet vermurwen laat. Maar met den hamer zou 't wel beter gaan, dacht ik direct. Een geweldige klap op het hinderlijk voorwerp gegeven. Inderdaad schoot het naar beneden - en in den salon viel de electrische kroon er verder mee omlaag.

8 Juni. - Liesbeth is vanmorgen op reis gegaan met de plaatselijke afdeeling van de huisvrouwenvereeniging. Sientje is de huishouding toevertrouwd. Ze mag zoo min mogelijk breekbare dingen in haar handen nemen en ik moet afwasschen. Het diner is juist geen succes geworden. De groente had veel weg van zeewier of eendekroos en toen de jus gediend werd, zei Jossie, dat hij nog steeds geen levertraan lustte. Op mijn boterham kon ik niets krijgen om 12 uur. Met tranen in haar oogen vertelde het goede kind, dat ze voor mij en haar een haring had gekocht en dat de kat de buren juist de mijne gestolen had.

9 Juni. - Er is geen draadje nieuws in Europa. Alleen vertelde Breeduitstra me, dat hij van een rijken neef een flink legaatje geërfd had. Je moet maar boffen. Ik heb ook eens een suikeroom gehad. En 'n goeie! Die was zoo rijk, dat hij 1 Januari altijd zijn oude auto inruilde voor een nieuwe, omdat hij 't vertikte om in een wagen van 't vorig jaar te rijden. Het stond er bijzonder goed voor ons voor, toen hij op zijn zestigste levensjaar gevaarlijke zenuwinzinkingen in zijn hoofd kreeg, maar 't sloeg helaas ten kwade en hij trouwde met de gezelschapsjuffrouw van wijlen zijn moeder.

10 Juni. - Naar verkiezingsredenaar geweest. Hevige critiek op onze tegenwoordige maatschappij en roerende schildering van den toekomststaat. Het liep van 'n leien dakje totdat de spreker in onvervalscht Amsterdamsch vroeg, of de vergadering hem wilde toestaan dat hij sich-selve eene vraag stelde, want toen riep er iemand: asjeblieft niet we krijgen dan toch maar een idioot antwoord. Tumult; slaande bewijzen; heb de beenen genomen.

11 Juni. - Wat vliegt de tijd. De vorige week was het nog maar den vierden. Bestuursvergadering bijgewoond van de Wetenschappelijke vereeniging. Van een der afdeelingen was de interessante vraag binnengekomen of Victor Hugo een schrijver dan wel een sigaar was. Zal ernstig in de commissies worden onderzocht voor wij prae-advies geven.